Center of Renewable Resources CoRR
Faculty of Bioscience Engineering - Ghent University
 
 
   

Centexbel, ILVO en CORR Ugent starten TIS –project, getiteld:
“Teelt en verwerking van vlas
als basis voor een bio-based economie in Vlaanderen”

   

Op 1 mei 2008-2009 is een nieuw initiatief naar de vlassector opgestart met volgende partners: Het Wetenschappelijk en Technisch Centrum van de Belgische Textielnijverheid, Centexbel, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, ILVO, en het Center of Renewable Resources-UGent, CORR. Het betreft een TIS-project (Thematische Innovatiestimulering) met subsidiering door IWT-Vlaanderen binnen het VIS-programma. De duur van het project is twee jaar.

Situering
Olie- en vezelvlas behoren beide tot het species Linum usitatissimum L. Afhankelijk van het doel (zaad- of vezelproductie) worden de rassen gecatalogeerd als ‘olievlas’ of ‘vezelvlas’. De teelt van het vlas en de verwerking ervan tot bruikbare eindproducten is in Vlaanderen ingebed in drie sectoren waarnaar dit dossier zich richt: de landbouwsector, de verwerkers en verbruikers van vlasvezels en de verwerkers en verbruikers van lijnzaad (-olie). Deze drie sectoren zijn verbonden door het gebruik van eenzelfde grondstof namelijk vlas. Alhoewel deze sectoren andere eisen en verwachtingen hebben met betrekking tot deze grondstof, is deze verbondenheid een ideale vertrekbasis voor synergie en voor het maximaliseren van de valorisatie van deze grondstof. Alle partijen zijn zich bewust van het potentieel, maar momenteel wordt deze synergie niet geëxploiteerd. Dit dossier heeft als doel de geschikte dynamiek op gang te brengen en deze synergie op te bouwen.


Doelgroep
Elk van de beoogde sectoren is karakteristiek voor Vlaanderen en gezamenlijk vormen ze een waardevolle bijdrage aan onze economie.
Vlas is een gewas dat diverse troeven heeft binnen het landbouwbeleid en dat kan bijdragen tot het optimaliseren van het gebruik van landbouwgronden, omwille van het feit dat vlas een ideale plant is voor het creëren van agrobiodiversiteit.
De vezelvlasverwerkende sector is, na Frankrijk, de tweede grootste producent van vlasvezels in West-Europa. Traditioneel worden vlasvezels in hoofdzaak aangewend voor textieltoepassingen (kledij, huishoudlinnen, interieurtextiel, …). Maar ook de interesse in de toepassing van natuurlijke vezels algemeen en vlasvezels in het bijzonder voor technische toepassingen, kent een stijgende tendens vanuit een groeiend milieubewustzijn. Het gebruik van vlasklodden voor deze technische bulktoepassingen kan niet voldoende uitgebouwd worden omwille van deze onzekerheid omtrent de beschikbare hoeveelheden. De huidige uitzaai aan vezelvlas wordt immers in hoofdzaak bepaald door de mogelijke afzet van lange vlasvezels voor textieltoepassingen en export naar China.
Olievlas is tot op heden een eerder marginale teelt in Vlaanderen. Daarentegen is Vlaanderen wel de grootste importeur en verwerker van lijnzaad tot lijnolie in Europa. De lijnzaadverwerkende sector is volledig afhankelijk van de import van lijnzaad uit Canada. Bovendien dreigt er een te kort aan lijnzaad omdat de landbouwgronden steeds meer in beslag genomen worden door de teelt van diverse gewassen voor o.a. biobrandstoffen. Daarnaast mag ook de toegevoegde waarde van de nevenstromen voor diverse alternatieve toepassingen en nieuwe producten niet vergeten worden. De vlasplant is een jaarlijks hernieuwbare grondstof waarvan alle bestanddelen verwerkt en gevaloriseerd worden.


Doelstellingen
De algemene doelstelling is het uittekenen van een aantal geschikte innovatieprojecten die tot een versterking van de concurrentiepositie van de verschillende sectoren (landbouw, vezel- en lijnzaad verwerkende industrie. De grote uitdaging is om van deze sectoren een gestroomlijnd geheel te maken door het vinden van de juiste raakvlakken en het definiëren van gemeenschappelijke objectieven. Het gericht ontwikkelen van nieuwe variëteiten aan vezel- en/of olievlas voor specifieke toepassingen die de toegevoegde waarde voor elk van deze sectoren sterk kan verbeteren en die de concurrentiepositie tegenover de rest van Europa (en de Wereld) kan veilig stellen. Het ontwikkelen van een gemengd ras dat een aanvaardbare vezelkwaliteit voor gebruik in technische toepassingen oplevert en tegelijk een voldoende opbrengst heeft aan lijnolie kan voor beide sectoren een duidelijke stap vooruit betekenen. Bovendien kan de landbouwsector zich op die manier verzekeren van het behoud van een waardvolle teelt.

De aanpak van dit dossier is straight forward opgebouwd en bevat 4 grote stappen:
1.   inventarisatie van de wetenschappelijke mogelijkheden en de beschikbare technologie enerzijds en in kaart brengen van de noden door een gerichte bevraging van de verschillende sectoren anderzijds
2.   uitwerken van een ‘gap-analyse’ waarin de noden van de sectoren getoetst worden aan de wetenschappelijke en technologische ‘state of the art’
3.   confrontatie van de verschillende sectoren onderling en met de wetenschappelijke actoren aan de hand van interactieve workshops om de stand van zaken en de resultaten van de ‘gap-analyse’ te toetsen en de netwerking tussen de verschillende partijen te verhogen
4.   opstellen van een ‘roadmap’ voor een toekomstgerichte aanpak en opbouw van kennis en voor het valoriseren van de formele en informele samenwerkingen.

 

contact
Jan De Riek
jan.deriek@ilvo.vlaanderen.be
tel + 32 9 272 28 81
Johan Van Waes
Annick De Coster
adc@centexbel.be
tel + 32 9 243 82 59
Chris Stevens
chris.stevens@Ugent.be
tel + 32 9 264 59 57
 
   
© 2008-2009. All rights reserved | Created by TAKE A SEAT